Voldoende vestigingsmogelijkheden

Meerjarendoelen

8.4.1

Werklocaties worden intensiever gebruikt en sluiten beter aan bij de marktvraag

Toelichting op meerjarendoel

Dit doel valt uiteen in twee delen:

1. Faciliteren intensivering/revitalisering bestaande werklocaties  
Ons doel is om bestaande werklocaties vitaal te houden. Daarom geven we een extra impuls aan het intensiveren van werklocaties en aan duurzaamheid, circulariteit en kwaliteit van werklocaties. We vinden het belangrijk dat er voldoende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven zijn en zijn daarom kritisch over functieverandering naar bijvoorbeeld wonen.

Bij bedrijventerreinen zetten we in op efficiënter gebruik van de ruimte op bedrijventerreinen en op duurzaamheid en circulariteit. De Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (NV OMU) krijgt voor de uitvoering van dit doel een grotere rol bij het intensiever gebruik van verouderde bedrijventerreinen. Hierbij volgt OMU het Plan van Aanpak Toekomstbestendige bedrijventerreinen (vastgesteld door PS op 22 september 2021), welke financieel in deze begroting is verwerkt. Dit plan, gestart in 2022 wordt tussentijds in 2025 geëvalueerd en kent een looptijd tot 2037.

Voor kantoorlocaties zetten we in op intensiever gebruik op een zeer beperkt aantal toekomstvaste locaties en het verder afbouwen van de leegstand op diverse minder geschikte locaties. Onderdeel hiervan is de transformatie van kantoorruimte naar andere functies zoals wonen (waarbij de NV OMU nauw betrokken is). Wij monitoren de ontwikkelingen op de kantorenmarkt en we herijken onze visie op de kantorenmarkt.

Ook detailhandelslocaties hebben onze aandacht. In 2021 hebben we een subsidieregeling ingesteld om gemeenten te helpen om vitaliteit van binnensteden, dorpskernen en winkelcentra te borgen en samenwerking in de centra te bevorderen. De kennisdeling tussen gemeenten op het thema detailhandel/vitale binnensteden en dorpskernen continueren we in 2024.

2. Faciliteren nieuwe werklocaties
Er is nieuwe ruimte voor bedrijven en instellingen nodig om het vestigingsklimaat aantrekkelijk te houden. Enerzijds omdat bedrijven groei doormaken of nieuwe bedrijven zich in de regio vestigen. Anderzijds doordat op sommige plekken ruimte voor bedrijven verloren gaat door transformatie van werklocaties. Bij transformaties is het van belang om kritisch te kijken naar het verlies van ruimte voor bedrijven en compensatie daarvan via het proces van regionaal programmeren.

Bij mogelijke nieuwe werklocaties kijken we goed naar een aantal eisen: goed bereikbaar, dichtbij knooppunten, aansluiting op energienet, dichtbij voorzieningen. Daarnaast moeten nieuwe werklocaties intensief en duurzaam gebruikt worden. Dit leggen we vast in de (kwantitatieve en kwalitatieve) regionale programmeringsafspraken met gemeenten en regionale afspraken over uitgifte van nieuwe/hernieuwde bedrijventerreinen. Voor zowel bedrijventerreinen als kantoren is in 2023 in beeld gebracht wat de behoefte aan nieuwe ruimte richting de toekomst (2030 en 2040) zal zijn. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek zal in 2024 beleid verder worden uitgewerkt en/of aangescherpt. Voor kantoren blijven we voorlopig terughoudend als het gaat om nieuwe locaties. Maar op een zeer beperkt aantal toekomstbestendige locaties wordt realisatie van nieuwe kantoorruimte toegestaan. Ook bij concentraties van detailhandel blijven we terughoudend met nieuwe mogelijkheden. Hier gaat het vooral om het verminderen van winkelpanden om aan te sluiten op de veranderde vraag en de transitie van de winkelfunctie naar andere functies die een binnenstad aantrekkelijk maken. We willen winkelvestigingen concentreren binnen de huidige winkelcontouren (zoals die provinciaal zijn vastgesteld) en deze winkelcontouren waar mogelijk laten inkrimpen.

Beoogde resultaten

  • Actueel inzicht in de ontwikkeling van vraag naar en aanbod van werklocaties (bedrijventerreinen, kantoren- en winkellocaties). We kijken naar aantal locaties en de kwaliteit, dit doen we door actuele monitoring (vastgoedmonitor werklocaties).
  • Intensiever gebruik van bestaande werklocaties door uitvoering van het Plan van Aanpak Toekomstbestendige werklocaties (NV OMU). Dit betekent 530.000 m2 bruto vloeroppervlakte (BVO)* ruimtewinst van bedrijfsruimte door intensivering en verduurzaming in 2037. Voor 2024 is de prognose 15.000 m2 BVO aan hernieuwde bedrijfsruimte.
  • Programmeringsafspraken met drie regio’s (U10/16, Amersfoort en Foodvalley) over nieuwe werklocaties en intensivering van bestaande werklocaties.
  • Er vindt structurele kennisdeling plaats op het thema detailhandel/vitale binnensteden en dorpskernen.
  • We faciliteren kennisdeling op de thema`s ruimtelijke economie en (verduurzaming van) werklocaties.

*De 530.000 m2 BVO ruimtewinst van bedrijfsruimte is het equivalent van de 85 ha uit het statenvoorstel. Onderzoek van STEC (2019) geeft weer dat er 2.570 ha aan bedrijventerreinen is in de provincie, met daarop 16.000.000 m2 BVO aan bedrijfsruimte. Per hectare staat er gemiddeld 16.000.000 / 2.570 = 6.225 m2 BVO bedrijfsruimte. De ruimtewinst van 85 hectare komt neer op 85 keer 6.225 m2 = 530.000 m2 BVO aan bedrijfsruimte.

Deze pagina is gebouwd op 11/07/2023 16:37:03 met de export van 11/07/2023 16:28:32